Om de inzet van speciale eenheden realistischer te maken, kan er gebruik worden gemaakt van een betere spreiding van teams en een duidelijk onderscheid tussen verschillende interventiegroepen binnen de Dienst Speciale Interventies (DSI). In plaats van één arrestatieteam op één locatie is het realistischer om meerdere teams op verschillende plekken in het land te stationeren. Hierdoor kan sneller worden gereageerd op ernstige meldingen.
Bij het hoofdbureau kan een RRT (Rapid Response Team) worden geplaatst. Dit team is sneller beschikbaar dan een volledig arrestatieteam en kan direct uitrukken naar meldingen met een hoog risico, maar waar nog geen sprake is van zware bewapening. Daarnaast kan er een apart gebouw worden ingericht voor het Arrestatieteam, dat wordt ingezet voor complexere en zwaardere situaties. Dit maakt de inzet realistischer en geeft een duidelijk verschil tussen snelle respons en specialistische interventies.
Naast het RRT en het reguliere arrestatieteam kan er ook een onderscheid worden gemaakt tussen verschillende speciale DSI-eenheden. Zo kan de QRF (Quick Reaction Force) worden ingezet, bestaande uit leden van de interventieafdelingen en het M-Squadron. Deze eenheid reageert op meldingen waarbij sprake is van zware bewapening, meerdere verdachten of een hoog risico op escalatie.
Voor de meest ernstige incidenten, zoals terreuraanslagen of grote gijzelingen, kan gebruik worden gemaakt van de QRA (Quick Reaction Air). Dit team is gekoppeld aan de politiehelikopter en kan direct vanuit de lucht reageren op levensbedreigende situaties. Dankzij hun luchtmobiliteit kunnen zij zeer snel ter plaatse zijn en direct ondersteuning bieden aan de grondteams.
Door deze structuur te gebruiken ontstaat een realistisch onderscheid tussen meldingen waarbij het RRT uitrukt, situaties waar het Arrestatieteam noodzakelijk is, en incidenten waarbij QRF of QRA wordt ingezet. Hierdoor wordt de gehele aanpak van de DSI dynamischer, geloofwaardiger en beter afgestemd op de ernst van de situatie.